ECLI:NL:RBDHA:2017:10860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Finland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst niet in behandeling werd genomen omdat Finland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat zijn overdracht aan Finland zou leiden tot indirect refoulement en dat Finland geen kosteloze rechtsbijstand verleende, wat volgens hem in strijd was met de Procedurerichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Finland, dat gebonden is aan het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en relevante EU-richtlijnen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Finland zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen of dat er sprake is van disproportionele hardheid.
Ook het beroep op het Amnesty International rapport over het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en de verkorte beroepstermijn in Finland werd door de rechtbank niet gevolgd. Eiser heeft geen bewijs geleverd van een afwijzing van zijn verzoek om rechtsbijstand. De rechtbank concludeerde dat de asielprocedure in Finland geen ernstige tekortkomingen vertoont die het vertrouwen in de overdracht ondermijnen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Finland wordt ongegrond verklaard.