Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[schuldenaar],
- schuldenaar,
- mr. P. van Wegen, advocaat van schuldenaar, en
- de curator.
Rechtbank Den Haag
Schuldenaar heeft op 12 juni 2017 een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het faillissement was uitgesproken op verzoek van derden op 16 september 2014. De curator adviseerde negatief vanwege het ontbreken van een boekhouding, onduidelijkheid over belastingaanslagen en onvoldoende informatieverstrekking over bezittingen zoals een woning in Duitsland en een voertuig.
De rechtbank heeft schuldenaar schriftelijk verzocht om diverse stukken te overleggen, waaronder een legitimatiebewijs, een GBA-uittreksel, een schuldenlijst en specificaties van belastingschulden. Deze stukken zijn niet aangeleverd, waardoor het verzoek onvolledig bleef en de termijn voor reparatie onbenut is gelaten. Daarom verklaart de rechtbank schuldenaar niet-ontvankelijk.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het niet indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling binnen de gestelde termijn voor rekening van schuldenaar komt, ook al stelt hij de oproepbrief niet te hebben ontvangen. De brief was aangetekend verzonden naar het juiste adres en retour gezonden met een handgeschreven opmerking dat schuldenaar niet op dat adres woonde. Schuldenaar kan zich niet beroepen op het feit dat iemand anders de post heeft geopend.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat schuldenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Ook is onvoldoende aannemelijk dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Schuldenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling.