ECLI:NL:RBDHA:2017:10562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen staatloze Palestijnen wegens toepassing artikel 1D Vluchtelingenverdrag
Eisers, staatloze Palestijnen afkomstig uit een vluchtelingenkamp in Libanon, vroegen asiel aan in Nederland. Hun aanvragen werden afgewezen omdat verweerder zich op artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag beriep, dat bescherming ontzegt aan personen die nog bijstand genieten van de UNRWA. Eisers voerden aan dat zij vanwege onveiligheid, discriminatie en bedreiging door Hezbollah en IS niet terug kunnen keren.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij zich in een situatie van ernstige onveiligheid bevonden of dat de levensomstandigheden in het kamp zodanig slecht zijn dat de UNRWA-bijstand is opgehouden. Het rapport van de Danish Immigration Service en andere stukken werden als betrouwbaar beschouwd, en de verklaringen van eisers werden deels tegenstrijdig bevonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat eisers niet konden aantonen dat zij feitelijk niet naar Libanon kunnen terugkeren, en dat zij in dat geval een reguliere verblijfsvergunning moeten aanvragen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af omdat eisers onvoldoende aannemelijk maken dat de bescherming of bijstand van de UNRWA is opgehouden.