ECLI:NL:RBDHA:2017:10459

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
NL17.7089
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 18 Verordening (EU) 604/2013Art. 17 Verordening (EU) 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen

Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder asielaanvragen had ingediend in meerdere Europese landen, waaronder Duitsland.

Eiser stelde dat hij wel degelijk een zienswijze had ingediend en dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om de aanvraag in Nederland te behandelen. De rechtbank oordeelde echter dat het niet meenemen van de zienswijze eiser niet in zijn belangen schaadde en dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat geen reden bestond om af te wijken van de Dublinverordening.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.7089

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. N. van Luijk),
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Groenendijk).

Procesverloop

Bij besluit van 16 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.7090, plaatsgevonden op 5 september 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is van Algerijnse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1985.
2. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 3 oktober 2013 in Zwitserland, op 31 januari 2014 en 14 april 2015 in Duitsland, op 28 juni 2016 in Denemarken en op 17 oktober 2016 in Oostenrijk een asielaanvraag heeft ingediend. Op 29 mei 2017 heeft verweerder bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening). Op 30 mei 2017 heeft Duitsland het verzoek aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening.
3.1
Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte in het bestreden besluit opmerkt dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid een zienswijze in te dienen. De gemachtigde van eiser stelt de zienswijze zowel op 7 als op 8 augustus 2017 wel twaalf keer per fax te hebben aangeboden. Hij stelt dat verweerder telefonisch contact met hem had kunnen opnemen. Eiser herhaalt wat hij in zijn zienswijze had aangevoerd, te weten dat hij geen andere toekomst voor zich ziet dan in Nederland en dat verweerder hierom gebruik zou moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid om op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de behandeling van zijn asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken.
3.2
Voor zover eiser aanvoert dat verweerder onvoldoende zorgvuldig gehandeld heeft door zijn zienswijze niet mee te nemen in de besluitvorming, terwijl deze wel zou zijn gefaxt, ziet de rechtbank aanleiding hieraan voorbij te gaan. Gelet op de inhoud van de zienswijze is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet in zijn belangen geschaad doordat deze niet is meegenomen. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen aanleiding wordt gezien toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De enkele stelling dat eiser geen andere toekomst voor zich ziet dan in Nederland, maakt niet dat verweerder zich niet in redelijkheid op dit standpunt heeft gesteld.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel