ECLI:NL:RBDHA:2017:10457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Soedanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser reeds in Duitsland een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Duitsland werd als verantwoordelijke lidstaat aangewezen en had het verzoek om terugname aanvaard.
Eiser voerde aan dat in Duitsland sprake was van tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, waaronder slechts één interview, gebrek aan juridische hulp en problematische kamergenoten. Hij verzocht verweerder om op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening discretionair de aanvraag toch in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt. De stellingen van eiser waren onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken.
Daarom was er geen reden voor verweerder om het verzoek onverplicht in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.