ECLI:NL:RBDHA:2017:10418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige identiteit en asielrelaas Afghaanse vrouw
Eiseres, een Afghaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na te stellen dat zij vanwege eerwraak en de moord op haar echtgenoot door haar broers moest vluchten met haar drie kinderen. De staatssecretaris wees haar aanvraag af omdat haar identiteit, herkomst en asielrelaas niet geloofwaardig werden geacht, mede door het ontbreken van ondersteunende documenten.
De rechtbank oordeelde dat de reactietermijn van één dag voor het indienen van een zienswijze weliswaar kort was, maar dat eiseres ook na deze termijn geen aanvullende verklaringen had gegeven. Ook werd niet aangenomen dat zij alleenstaand was, omdat het huwelijk niet als ongeloofwaardig werd beschouwd en zij geen bewijs leverde van verbroken familiebanden.
Verder werd geoordeeld dat de veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig verslechterd was dat sprake was van een 15c-veiligheidssituatie die toelating zou rechtvaardigen. Omdat de herkomst van eiseres onduidelijk bleef, kon deze grond niet worden aangenomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.