ECLI:NL:RBDHA:2017:10166
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlanderschap van verzoeker geboren na inwerkingtreding TOS
Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen bij geboorte door afstamming van zijn Nederlandse vader. De vader verloor de Nederlandse nationaliteit door het verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit na vestiging in Suriname in 1977. De rechtbank oordeelt dat de bepalingen van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) niet van toepassing zijn op verzoeker omdat hij na de inwerkingtreding van de TOS is geboren.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat kinderen geboren na 25 november 1975 niet automatisch de Surinaamse nationaliteit verkrijgen via hun vader en daardoor hun Nederlandse nationaliteit verliezen. De stelling van Suriname dat dit wel het geval is, verandert hier niets aan.
Er is geen bewijs dat verzoeker ooit de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. Daarom wordt het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van verzoeker toegewezen. De beschikking bevestigt dat verzoeker sinds zijn geboorte in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en deze tot op heden niet heeft verloren.
Uitkomst: Verzoeker bezit sinds geboorte de Nederlandse nationaliteit en heeft deze niet verloren.