ECLI:NL:RBDHA:2017:10103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing ongewenstverklaring en toepassing Dublinverordening bij verblijf vreemdeling
Eiser, een Turkse staatsburger, werd in 2002 ongewenst verklaard en uit Nederland verwijderd na een veroordeling voor ernstige strafbare feiten. Hij verzocht meerdere malen om opheffing van deze ongewenstverklaring, maar deze verzoeken werden afgewezen omdat hij niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden, waaronder het vereiste van tien jaar onafgebroken verblijf buiten Nederland.
Eiser betoogde dat de Terugkeerrichtlijn op hem van toepassing was en dat de ongewenstverklaring moest worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod. Tevens stelde hij dat hij vanwege politieke vervolging in bewijsnood verkeerde en dat zijn recht op privéleven geschonden was. De rechtbank oordeelde dat de Dublinverordening van toepassing is en dat de overdrachtstermijn vanwege het onderduiken van eiser verlengd mocht worden tot achttien maanden.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van een vijfjarig verblijf buiten de EU zonder strafbare feiten en dat de verklaringen van derden geen bijzondere omstandigheden aangaven die opheffing rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.