ECLI:NL:RBDHA:2017:10095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet en beroep inzake weigering verblijfsvergunning familie- en gezinsleven
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vanwege onvoldoende zelfstandige middelen van bestaan van referente en haar echtgenoot. De rechtbank heeft het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar na verzet geoordeeld dat het beroep ontvankelijk is en inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van familie- en gezinsleven tussen referente en opposanten zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft echter een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de Nederlandse Staat bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van opposanten bij verblijf in Nederland.
Verweerder heeft terecht vastgesteld dat referente en haar echtgenoot niet over voldoende zelfstandige middelen beschikken. Ook is meegewogen dat opposanten als tieners geacht worden zelfstandig te zijn en dat sociaal contact via social media mogelijk is. De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzet gegrond verklaard, waardoor de weigering van de verblijfsvergunning in stand blijft.