ECLI:NL:RBDHA:2017:10091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs verblijfdoel en twijfel authenticiteit documenten
Eiseres, een Pakistaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om familie in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf niet overtuigend had aangetoond en er twijfels waren over de authenticiteit van de overgelegde bewijsstukken.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht een zekere beoordelingsruimte toekomt bij het toetsen van de geloofwaardigheid van de aanvraag en dat deze terughoudend wordt getoetst. Eiseres had tegenstrijdige verklaringen gegeven over het verblijfdoel, enerzijds familiebezoek, anderzijds reizen door het Schengengebied met haar echtgenoot en zoon, die in het Verenigd Koninkrijk verblijven. Dit leidde tot twijfel over het voornemen tot tijdige terugkeer.
Ook was de reden van het verblijf van de echtgenoot in Londen onduidelijk en stond hij niet garant voor eiseres. De rechtbank oordeelde dat verweerder de visumaanvraag terecht had geweigerd op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode. Daarnaast was het primaire besluit voldoende gemotiveerd via het standaardformulier en was het afzien van een hoorzitting rechtmatig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag voor kort verblijf is ongegrond verklaard.