ECLI:NL:RBDHA:2016:9475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende persoon, diende op 31 oktober 2015 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege marteling en bedreiging door Iraanse agenten en zijn geloof als Yarsan en Koerd vervolgingsgevaar liep.
De rechtbank oordeelde dat het relaas van eiser over zijn verblijf in Irak, de martelingen en de omstandigheden rond zijn vrijlating niet geloofwaardig was. Er waren tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over het verblijf, de borg en de periode na vrijlating. Ook ontbrak concrete informatie over de spionageopdracht die hij zou hebben aanvaard.
Daarnaast werd het beroep op bescherming als lid van de Yarsan-gemeenschap en Koerdische minderheid onvoldoende onderbouwd. Hoewel er sprake is van discriminatie en beperkingen, was dit niet voldoende voor een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens een ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.