ECLI:NL:RBDHA:2016:9250
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2013
Eiser, vennoot in een vof en eigenaar van een eenmanszaak, deed de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013 niet tijdig. Verweerder legde daarom een ambtshalve aanslag op van €40.000 met een verzuimboete van €226, later verminderd tot €49. Eiser betwistte de aanslag en stelde dat er privéopnamen van €23.985 waren gedaan, maar kon dit niet overtuigend aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard was vanwege het niet doen van aangifte. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Verweerder baseerde de aanslag op gerealiseerde omzetten uit 2011 en 2012 en hield rekening met het levensonderhoud van eiser en gezin, wat een redelijke schatting opleverde.
Ook de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) 2013 werd betrokken, hoewel het beroep daarop formeel voortijdig was ingesteld. De rechtbank liet niet-ontvankelijkverklaring achterwege omdat eiser redelijkerwijs mocht aannemen dat er al uitspraak op bezwaar was gedaan.
De opgelegde verzuimboete werd passend en geboden geacht, ondanks de vertraging in het doen van aangifte. Er waren geen zelfstandige gronden tegen de belastingrente aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve aanslag IB/PVV 2013 en de aanslag Zvw 2013 wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete bevestigd.