Op 23 september 2015 bedreigde de verdachte tijdens een pro-forma zitting in Rotterdam twee officieren van justitie met de woorden 'jullie gaan eraan' en maakte daarbij een snijdende beweging langs zijn keel. Dit gebeurde nadat de voorlopige hechtenis van zijn stiefvader werd afgewezen en deze door de politie werd afgevoerd.
De officieren van justitie legden verklaringen af op ambtsbelofte, waarin zij de bedreiging bevestigden. Ondanks de ontkenning van de verdachte en het ontbreken van bevestiging door andere getuigen, achtte de rechtbank de verklaringen van de officieren van justitie wettig en overtuigend bewijs. Ook getuigen bevestigden dat de verdachte buiten de zittingszaal soortgelijke bedreigingen uitte.
De rechtbank concludeerde dat de bedreiging ernstig was, vooral omdat deze plaatsvond tijdens de uitoefening van het ambt in de zittingszaal. De verdachte was nog niet eerder veroordeeld, maar toonde geen openheid voor gedragsverandering. Gezien de ernst van het feit legde de rechtbank een werkstraf van 40 uur op met een vervangende jeugddetentie van 20 dagen bij niet-naleving.