ECLI:NL:RBDHA:2016:8638

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2016
Publicatiedatum
26 juli 2016
Zaaknummer
09/767168-13
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77s SrArt. 77t SrArt. 77u Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel plaatsing jeugdige ter voorkoming recidive en bevordering behandeling

De rechtbank Den Haag heeft op 19 juli 2016 besloten tot verlenging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor een periode van 18 maanden. Deze maatregel was opgelegd aan de veroordeelde wegens ernstige delicten waaronder medeplegen van mishandeling en bedreiging. De maatregel liep oorspronkelijk tot 1 augustus 2016.

De officier van justitie had aanvankelijk verlenging van 24 maanden gevorderd, gesteund door een advies van het Forensisch Centrum Teylingereind. De raadsman van de veroordeelde pleitte primair afwijzing en subsidiair verlenging van maximaal 6 maanden, vanwege de geringe motivatie van de veroordeelde en beperkte voortgang in behandeling.

De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging was voldaan. De behandeling had onvoldoende resultaat door de weigerachtige houding van de veroordeelde, waardoor diagnostiek en behandeling niet effectief konden worden uitgevoerd. Het recidiverisico blijft hoog en verlenging is noodzakelijk voor een passende behandeling en het verlagen van het risico op herhaling.

Hoewel 24 maanden verlenging het advies was, achtte de rechtbank 18 maanden een reële termijn gezien de beperkte medewerking tot nu toe, met de mogelijkheid tot eerdere toetsing bij betere medewerking. De maatregel wordt verlengd met 18 maanden, met als doel een zo gunstig mogelijke ontwikkeling en bescherming van de algemene veiligheid.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09/767168-13
Datum uitspraak: 19 juli 2016
De rechtbank Den Haag, meervoudige kamer jeugdstrafzaken, heeft de volgende beslissing gegeven op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 27 juni 2016, ingekomen ter griffie op 28 juni 2016.

De vordering

De vordering strekt tot verlenging met 18 maanden van de termijn van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd aan:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
thans geplaatst in het Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,
bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank van 27 januari 2014.
De maatregel is ingegaan op 1 augustus 2014 en zal eindigen op 1 augustus 2016.
De rechtbank heeft kennis genomen van het dossier waartoe voormeld vonnis behoort alsmede van na te melden advies en de op 15 juli 2016 door de raadsman nagezonden stukken.

Het advies

Het op grond van artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht uitgebrachte advies d.d. 29 juni 2016, waarbij de in dat artikel bedoelde aantekeningen zijn overgelegd, strekt tot verlenging van de termijn van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 24 maanden.
Het advies is medeondertekend door E.L. Overweter, directeur-bestuurder van
F.C. Teylingereind te Sassenheim.

De behandeling in raadkamer

De vordering is behandeld in raadkamer op 19 juli 2016.
In raadkamer zijn verschenen en gehoord:
  • mr. C.M. Offers, officier van justitie,
  • de veroordeelde,
  • mr. P.H.W. Spoelstra, de raadsman van de veroordeelde,
  • mevrouw A. Vroomen, als GZ-psycholoog/gedragswetenschapper verbonden aan
F. C. Teylingereind.
De officier van justitie heeft op 19 juli 2016 in raadkamer de vordering mondeling gewijzigd, in die zin, dat zij de verlenging van de termijn van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 24 maanden heeft gevorderd, conform bovengenoemd advies van F.C. Teylingereind. Zij heeft hiertoe onder meer gesteld dat aan de eisen van verlenging van de maatregel is voldaan. Het recidiverisico is hoog en door het geven van de juiste behandeling kan deze kans op herhaling, naar het oordeel van de officier van justitie, worden verlaagd. Belangrijk is dat de veroordeelde zijn medewerking verleent aan verdere diagnostiek en behandeling.
De raadsman van de veroordeelde heeft in raadkamer primair afwijzing van de vordering bepleit en subsidiair verlenging van de maatregel voor de duur van maximaal 6 maanden.
Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de motivatie van de veroordeelde door de gebeurtenissen gedurende het afgelopen jaar nihil is. Verlenging van de maatregel is dan ook zeker niet in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde.
De raadsman heeft aangegeven dat het met de veroordeelde tijdens zijn verblijf in
De Hartelborgt goed ging. Hij heeft de opleiding tot fitnessinstructeur gevolgd. Op de dag dat hij met verlof zou gaan, is hij door de politie aangehouden - en heeft hij ook enige tijd in voorlopige hechtenis gezeten - omdat hij werd verdacht van betrokkenheid bij een ander strafbaar feit. Deze zaak is thans geseponeerd. Helaas is de veroordeelde, na de schorsing van de voorlopige hechtenis in die strafzaak, in F.C. Teylingereind geplaatst. Daar moest hij helemaal opnieuw beginnen.
Hij heeft tot nu toe nog steeds geen verlof gehad en ook de scholing verloopt niet goed.
Dit alles heeft ervoor gezorgd dat de veroordeelde niet meer gemotiveerd is om mee te werken aan diagnostisch onderzoek en aan een behandeling.
Mocht de rechtbank tot verlenging van de maatregel overgaan, dan is een verlenging voor de duur van 6 maanden het maximaal haalbare. Aldus heeft de veroordeelde een duidelijk en stimulerend doel voor ogen, dat binnen een - voor hem - afzienbare termijn te bereiken is, en de rechtbank zal alsdan een nieuw toetsingsmoment van de voortgang van de behandeling hebben.

Beoordeling van de vordering

De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd ter zake van
medeplegen van mishandeling, medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en een poging afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, derhalve misdrijven, die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel kan op grond van artikel 77t, derde lid, juncto artikel 77s, eerste lid sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht slechts worden verlengd indien:
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de
verlenging van de maatregel eist en
- de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de
veroordeelde.
Aan beide voorwaarden moet worden voldaan om tot verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan beide voorwaarden voor verlenging van de maatregel is voldaan.
Uit eerder genoemd advies van F.C. Teylingereind blijkt onder meer dat er weliswaar behandeling heeft plaatsgevonden, maar dat de behandeling tot nu toe door de weigerachtige houding van de veroordeelde onvoldoende resultaat heeft gehad. Door deze houding is ook in diagnostische zin geen duidelijk beeld vast te stellen van de persoonlijkheidsstructuur en het intelligentieniveau van de veroordeelde. Hierdoor blijft het lastig om goed vast te stellen welke vorm van behandeling het beste bij zijn problematiek aansluit om recidive te kunnen voorkomen. Het risico op herhaling van een geweldsincident is sinds de start van de
PIJ-maatregel nog steeds hoog. De veroordeelde geeft weinig tot geen openheid van zaken. Hij werkt niet doelgericht aan zijn toekomst, wel is hij zich bewuster geworden van de eventuele gevolgen die zijn keuzes kunnen hebben op zijn traject. De prognose ten aanzien van de verdere ontwikkeling van zijn gedrag wordt op dit moment als ongunstig geschat.
De medewerking van de veroordeelde aan (proces)diagnostiek en behandeling is noodzakelijk om het risico te kunnen verlagen.
Het kader van de PIJ-maatregel, met daarbinnen nader onderzoek naar intelligentie, persoonlijkheid (copingmechanismen) en behandeling die aansluit op zijn problematiek is van belang om recidive te kunnen voorkomen.
Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat - in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling - de veroordeelde de komende tijd verder gaat werken aan de genoemde behandeldoelen. Om deze doelen te behalen heeft de veroordeelde nog 24 maanden nodig. De behandeling moet vanwege het hoge recidiverisico residentieel worden voortgezet.
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.
De rechtbank overweegt hierbij dat verlenging van de maatregel noodzakelijk is om de veroordeelde een passende behandeling te kunnen geven. Belangrijk is hierbij dat de veroordeelde zal meewerken aan diagnostisch onderzoek en openheid van zaken zal geven.
Een passende behandeling acht de rechtbank in het belang van de ontwikkeling van de veroordeelde. Ook dient door deze passende behandeling de kans op recidive te worden verlaagd waardoor de kans op een spoedige terugkeer in de maatschappij toeneemt.
Een verlenging van de termijn van plaatsing voor de duur van 6 maanden is (veel) te kort om het vorenstaande te realiseren. De door de officier van justitie gevorderde termijn, conform het advies, acht de rechtbank - gezien de voorbije periode waarin de veroordeelde maar zeer beperkt heeft meegewerkt - een reële termijn om de nodige diagnostiek en behandeling uit te voeren. Indien de veroordeelde evenwel vanaf nu meewerkt aan diagnostiek en behandeling, bestaat de mogelijkheid dat de doelen eerder gerealiseerd zijn. Om die reden zal de rechtbank de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 18 maanden verlengen.
De rechtbank zal alsdan toetsen of de veroordeelde zijn doelen heeft behaald.

Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, zoals hierboven omschreven,
met 18 maanden.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag door
mr. A.J.J.M. Weijnen, kinderrechter, voorzitter,
mr. J.G.J. Brink, kinderrechter,
en mr. F.W. van Dongen, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2016.