Eiseres, eigenaar van een onverdeeld pand dat zij in 2012 deels verkocht, behaalde een verkoopwinst van €215.253. Zij vormde een herinvesteringsreserve (HIR) met het voornemen deze winst te herinvesteren in herstelwerkzaamheden aan een ander pand en de aankoop en verbouwing van een garage die zij al huurde.
Verweerder weigerde de HIR volledig te erkennen en stelde dat de herstelwerkzaamheden en aankoop nog niet voldoende concreet waren in 2012. De rechtbank oordeelde dat het enkel vereist is dat het voornemen tot herinvestering ten tijde van de verkoop bestond. De herstelwerkzaamheden verlengen de levensduur van het pand aanzienlijk en de aankoop en verbouwing van de garage waren aannemelijk gepland.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van €54.719. Tevens werden proceskosten aan eiseres toegekend.