ECLI:NL:RBDHA:2016:8453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Brouwer-Harten
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor in het buitenland gewerkte dagen in 2011 en 2012
Eiser, inwoner van Nederland, werkte in 2011 en 2012 in verschillende landen waaronder België, Engeland, Rusland, Ghana, Nigeria en India. Hij vroeg aftrek ter voorkoming van dubbele belasting aan voor het inkomen dat verband hield met deze buitenlandse werkzaamheden.
De Belastingdienst weigerde deze aftrek omdat Nederland op grond van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting het heffingsrecht toekomt. De voorwaarden zijn dat de werknemer minder dan 183 dagen in het werkland verblijft, de beloning niet door een werkgever in het werkland wordt betaald en niet ten laste komt van een vaste inrichting in dat land. Deze voorwaarden waren vervuld.
Eiser beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege het wel verlenen van aftrek in 2010, maar de rechtbank oordeelde dat de situatie toen niet vergelijkbaar was omdat eiser toen meer dan 183 dagen in Rusland werkte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en ook de aanslagen heffingsrente en belastingrente bleven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Nederland het heffingsrecht heeft en geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt verleend.