ECLI:NL:RBDHA:2016:84
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op ontheffing inburgeringsplicht wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, die sinds 2002 rechtmatig in Nederland verblijft, heeft meerdere verzoeken tot ontheffing van de inburgeringsplicht ingediend, welke eerder zijn afgewezen en in rechte onherroepelijk zijn verklaard. In het bestreden besluit van 1 juni 2015 werd haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond verklaard.
De rechtbank stelt vast dat het huidige verzoek een herhaalde aanvraag betreft en dat het toetsingskader wordt bepaald door artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld om herziening te rechtvaardigen. Eiseres heeft aangevoerd dat het overgangsrecht niet op haar van toepassing is en dat haar medische situatie en analfabetisme haar verhinderen het examen te behalen.
De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden reeds in eerdere besluiten zijn meegewogen en dat de nieuwe omstandigheden, zoals het volgen van lessen en het afleggen van een examen zonder succes, niet relevant zijn voor herziening. Ook de diagnose fibromyalgie vormt geen nieuw relevant feit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ontheffing van de inburgeringsplicht wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.