Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1] , eiser en verzoeker, hierna: eiser, en
[naam 4] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee besluiten van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Eisers stelden dat zij in Duitsland geen rechtsbijstand kregen en niet de mogelijkheid hadden hun asielmotieven naar voren te brengen.
De rechtbank oordeelt dat eisers deze stellingen niet met stukken hebben onderbouwd, zoals de beslissingen van de Duitse autoriteiten. Het uitgangspunt is dat de Nederlandse overheid mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er systeemgebonden tekortkomingen zijn in Duitsland.
Aangezien eisers hierin niet zijn geslaagd, verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en wijst zij de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Er is geen aanleiding om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan op 14 juli 2016 door de voorzieningenrechter.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.