ECLI:NL:RBDHA:2016:8316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht minderjarige aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eisers, een ouder en zijn minderjarige kind, beiden Iraans staatsburger, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen en hen over te dragen aan Duitsland. De overdracht is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de asielprocedure.
Eisers voerden aan dat zij geen asielaanvraag in Duitsland hadden gedaan en beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel en artikel 16 van Pro de Dublinverordening vanwege de sterke familiebanden met grootouders. Daarnaast werd een beroep gedaan op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens de kwetsbare medische en psychische situatie van de minderjarige.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland terecht verantwoordelijk is en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Artikel 16 is Pro niet van toepassing op grootouderrelaties en emotionele afhankelijkheid. Het beroep op artikel 17 faalt Pro omdat niet is gebleken dat de overdracht onevenredige hardheid oplevert, mede omdat professionele begeleiding in Duitsland beschikbaar is en eisers gezamenlijk worden overgedragen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.