Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
-, en een wegingsfactor 1).
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Mongoolse nationaliteit bezittende student, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland voor familiebezoek. De aanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende sociale en economische binding met Mongolië, waarbij tegenstrijdige verklaringen van eiser, zijn moeder (referente) en de garantsteller werden betrokken.
Eiser voerde aan dat de garantsteller en referente tegenstrijdige verklaringen hadden ingediend en dat verweerder hen niet had gehoord, hetgeen een schending van de hoorplicht opleverde. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard zonder nadere hoorzitting, terwijl er onduidelijkheden bestonden en eiser eerder tijdig was teruggekeerd na bezoeken aan Nederland.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.