ECLI:NL:RBDHA:2016:8120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs
Eiser, een Afghaanse minderjarige, diende een asielaanvraag in met een verhaal over bedreigingen en moord binnen zijn familie, veroorzaakt door gokschulden van zijn vader en conflicten met een machtig persoon. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, mede gebaseerd op een eerdere afwijzing van de broer van eiser en tegenstrijdigheden in verklaringen.
Eiser betwistte de ongeloofwaardigheid en gaf aan dat hij geen bewijs kon overleggen vanwege de situatie in Afghanistan en dat zijn verklaringen consistent waren met die van zijn broer. De rechtbank oordeelde echter dat de tegenstrijdigheden, het ontbreken van bewijs en de bevreemding over bepaalde details het relaas ongeloofwaardig maken.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de situatie in Herat niet zodanig verslechterd is dat er sprake is van een vluchtelingensituatie en dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs.