ECLI:NL:RBDHA:2016:7921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zwaar inreisverbod en intrekking verblijfsvergunning wegens bedreiging openbare orde
Eiser, een Surinaamse nationaliteitdragende man die sinds 1992 in Nederland verblijft, werd geconfronteerd met intrekking van zijn verblijfsvergunning en een tienjarig zwaar inreisverbod wegens meerdere strafrechtelijke veroordelingen die een bedreiging voor de openbare orde vormen.
De rechtbank overweegt dat het belang bij toetsing van de intrekking van de verblijfsvergunning pas aan de orde is als het inreisverbod wordt opgeheven. Daarom beoordeelt zij eerst de rechtmatigheid van het inreisverbod. Verweerder baseert het inreisverbod op meerdere veroordelingen, waaronder een gevangenisstraf van 18 maanden voor afpersing waarbij het slachtoffer werd bedreigd.
Eiser betoogt dat hij geen ernstige bedreiging vormt en beroept zich op artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn langdurige verblijf en gezin in Nederland. De rechtbank oordeelt echter dat de strafrechtelijke feiten, de aard en herhaling daarvan, en het ontbreken van voldoende spijt en gedragsverbetering een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormen. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het inreisverbod gerechtvaardigd is en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard zolang het inreisverbod van kracht blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk vanwege het voortduren van het inreisverbod.