ECLI:NL:RBDHA:2016:7824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning voortgezet verblijf op humanitaire gronden
Eiser, een Soedanese nationaliteit, had van 2002 tot 2012 een verblijfsvergunning asiel die is ingetrokken wegens vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland. Hij vroeg in 2014 een verblijfsvergunning regulier voortgezet verblijf aan, welke door verweerder werd afgewezen omdat eiser niet rechtmatig verbleef en nooit een reguliere verblijfsvergunning had gehad.
De rechtbank oordeelt dat artikel 3.51, eerste lid, onder k, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet vereist dat voorafgaand rechtmatig verblijf heeft plaatsgevonden. De discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen op humanitaire gronden is breder dan verweerder aannam.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten van eiser aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.