Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juli 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft, verweerder
Procesverloop
8 januari 2015 eervol ontslag verleend op grond van artikel 8.4, eerste lid, van de CAO Nederlandse Universiteiten (CAO NU), wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk.
[persoon A] (rector magnificus), [persoon B] (decaan van de faculteit [faculteit A] ) en [persoon C] .
Overwegingen
Wij constateren dat de verhouding tussen een aantal hoofdrolspelers van [instituut A] en [eiseres] onder grote druk staat. Het hierop niet ingrijpen is geen optie.
Hoewel we constateren dat [eiseres] verwijtbaar gedrag heeft vertoond, stellen we tevens vast dat door falend management de situatie heeft kunnen escaleren. Pas met het aantreden van de huidige decaan kreeg deze problematiek de benodigde aandacht. Een voorbeeld is de jarenlange vete tussen [eiseres] en [persoon D] die bij alle betrokkenen bekend was, maar nooit tot adequate actie van de faculteitsleiding heeft geleid.”
Hoewel de rechtbank geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het standpunt van eiseres dat het onderzoek niet op zorgvuldige of objectieve wijze is verricht, is de rechtbank van oordeel dat door het ontbreken van die verslagen niet inzichtelijk is welke concrete informatie ten grondslag ligt aan de conclusies en niet is te verifiëren of die informatie de conclusies kan dragen. Evenmin is in het rapport verwezen naar concrete gebeurtenissen op een precieze datum. Er is zelfs geen globale tijdsaanduiding gegeven en onduidelijk is binnen welke context gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Deze handelwijze is in strijd met het verdedigingsbeginsel, waaruit voortvloeit dat de rechter zich bij zijn onderzoek en vaststelling van de feiten in beginsel alleen baseert op gegevens van feitelijke aard waarvan partijen de juistheid en volledigheid hebben kunnen nagaan en in het besluitvormingsproces ter discussie hebben kunnen stellen. Door eiseres die verslagen niet te verstrekken, is de rechtbank van oordeel dat eiseres in haar verdediging is geschaad. Dit klemt te meer nu de aanbevelingen in het rapport met betrekking tot de persoonlijke verhoudingen alleen zien op de positie van eiseres.
27 november 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG7085, dat met verklaringen van collega's door de dienstleiding voorzichtig dient te worden omgegaan; zij kunnen slechts op hun waarde worden geschat tegen de achtergrond van de verhoudingen in de betrokken groep medewerkers. In beginsel zal het dus nodig zijn de inhoud van zulke verklaringen in een nader onderzoek te verifiëren en na te gaan of op grond van meer objectieve gegevens kan worden vastgesteld dat de betrokkene zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem of haar wordt verweten. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder het rapport van [onderzoeksbureau] niet op deze wijze aan het ontslagbesluit ten grondslag kon leggen.
17 december 2012 heeft eiseres de in dat gesprek gemaakte afspraken bevestigd. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat partijen het erover eens zijn dat eiseres destijds de bereidheid heeft uitgesproken zich te conformeren aan de strategische keuzes die zouden worden gemaakt ten aanzien van [instituut A] , maar dat verweerder geen vertrouwen had dat eiseres dit zou kunnen. Voorts stelt de rechtbank vast dat eiseres akkoord kon gaan met een status aparte, waarbij zij direct onder de decaan zou worden geplaatst, maar dat de decaan dit vanuit organisatorische overwegingen bezien een onwenselijke situatie vond. Ook heeft eiseres een voorstel gedaan om haar werkzaamheden langzaam af te bouwen, maar dat voorstel is door verweerder niet geaccepteerd. In het voorjaar van 2013 is een mediation traject ingezet dat gericht was op beëindiging van het dienstverband. Dit traject heeft niet geleid tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing. In juli 2013 heeft verweerder een voornemen tot ontslag bekend gemaakt, waarna blijkens het primaire besluit op verzoek van eiseres is getracht haar onder te brengen bij de faculteit [faculteit B] .
2 september 2014 niet-ontvankelijk;
mr. A.G.J. van Ouwerkerk, leden, in aanwezigheid van mr. B.J. Platenburg griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.