ECLI:NL:RBDHA:2016:729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken bankafschriften
Eiseres diende een aanvraag voor bijzondere bijstand in, maar leverde niet tijdig de gevraagde bankafschriften over oktober 2014 aan. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt. Eiseres voerde aan dat verweerder reeds over de gegevens beschikte en dat de aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde bankafschriften noodzakelijk waren voor een goede beoordeling en dat eiseres redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken. De hersteltermijn van drie weken was niet onredelijk kort, ondanks haar detentie en persoonlijke omstandigheden. Het argument dat verweerder de gegevens al had, werd verworpen omdat deze gegevens in een andere procedure waren opgevraagd en niet tot het dossier behoorden.
Ook het feit dat verweerder later een uitkering toekende op basis van dezelfde gegevens, leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeerde dat het besluit tot buitenbehandelingstelling rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.