Eiser ontving vanaf 2011 een bijstandsuitkering die in 2012 werd ingetrokken. Na diverse aanvragen en conflicten met de gemeente werd hem in 2015 een nieuwe uitkering toegekend met ingang van 21 mei 2015, verlaagd met 18% vanwege zijn dakloze situatie zonder vaste woonplaats.
Eiser voerde aan dat zijn uitkering onterecht was ingetrokken vanaf 2012 en dat de verlaging onterecht was omdat hij woonkosten maakte bij verblijf bij familie. De rechtbank oordeelde dat de uitkering terecht vanaf 21 mei 2015 is toegekend, conform vaste rechtspraak dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier niet zijn vastgesteld.
De verlaging van de uitkering met 18% werd gerechtvaardigd geacht op grond van de beleidsregel Participatiewet Den Haag 2015, omdat eiser dakloos was en geen woning aanhield. De rechtbank zag geen reden om af te wijken van dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond.