ECLI:NL:RBDHA:2016:7210
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding immateriële schade laatste dag vrijheidsbeneming
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 Sv Pro voor vergoeding van immateriële schade wegens ondergane verzekering van 5 tot 6 november 2015. De rechtbank hanteert de normbedragen van het LOVS voor forfaitaire vergoeding van immateriële schade, waarbij de dag van invrijheidstelling niet wordt vergoed omdat vergoeding wordt berekend in nachten.
De raadsvrouw stelde dat ook de laatste dag van vrijheidsbeneming vergoed moet worden, verwijzend naar uitspraken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en andere rechtbanken die deze lijn volgen. De officier van justitie betoogde dat alleen de dag van inverzekeringstelling vergoed moet worden.
De rechtbank overweegt dat het forfaitaire systeem niet gebaseerd is op concrete schade maar op abstracte berekening, bedoeld om rechtsgelijkheid en werkbaarheid te bevorderen. Rekening houden met de laatste dag leidt tot overcompensatie, wat strijdig is met de wetgever's bedoeling. Het LOVS heeft deze systematiek bevestigd in 2009 en 2014.
Daarom kent de rechtbank vergoeding toe voor één dag, de dag van inverzekeringstelling, en wijst het verzoek voor vergoeding van de dag van vrijlating af. Het toegekende bedrag bedraagt €105,- en wordt overgemaakt aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding immateriële schade voor de dag van vrijlating wordt afgewezen; vergoeding toegekend voor één dag inverzekeringstelling.