Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 mei 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat ook eisers dienstverband bij [B.V. X] gefingeerd was. Feitelijk werd eiser niet uitgeleend aan een inlener. maar betrof het een reguliere arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat [B.V. X] in geval van ziekte gehouden was om eisers loon door te betalen, zodat eiser per 17 juli 2013 geen recht op een ZW-uitkering had.
Omdat eiser geen recht had op de aan hem verstrekte uitkeringen op grond van de ZW en WW had, heeft verweerder eisers recht op uitkering ingetrokken en het ten onrechte uitbetaalde bedrag van hem terug- en ingevorderd. Van dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien is volgens verweerder geen sprake.
Eiser heeft niet onderbouwd welke ontlastende verklaringen ten onrechte niet in het gespreksverslag zouden zijn opgenomen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de in het proces-verbaal van verhoor opgenomen verklaringen afwijken van wat eiser werkelijk heeft verklaard dan wel bedoelde te verklaren.
Uit het rapport werknemersfraude blijkt dat [persoon C] tegenover verweerder heeft verklaard dat hij [zoon] hooguit een paar keer heeft ontmoet. Eiser regelde alles als uitvoerende man en [zoon] regelde niets, aldus [persoon C] . [persoon D] heeft telefonisch aan verweerder verklaard dat hij alleen zaken met eiser deed.
Eiser heeft tijdens het verhoor op 13 april 2015 verklaard dat hij alles voor [bedrijf B] regelde op naam van [zoons] onderneming. Eiser had de leiding, hoefde aan niemand verantwoording af te leggen en regelde zelf zijn verlof. [zoon] deed de (loon)administratie en kwam soms voor of na schooltijd helpen, aldus eiser.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een gezagsverhouding tussen eiser en [zoon] over de periode van 1 april 2014 tot en met 30 september 2014 ontbrak. Eiser vervulde over voornoemde periode geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bij [bedrijf B] .
Beslissing
deze uitspraak te ondertekenen