ECLI:NL:RBDHA:2016:6922
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken onverwijlde spoed bij terugkeer minderjarige vreemdeling
Verzoekster, een minderjarige van Congolese nationaliteit die bij haar pleegmoeder in Nederland verblijft, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op grond van familieleven afgewezen gekregen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Eerder wees de voorzieningenrechter in Rotterdam het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van onverwijlde spoed. Het nieuwe verzoek is ingediend omdat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) verzoekster driemaal heeft uitgenodigd voor een gesprek over haar terugkeer.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze uitnodigingen, zonder bewijs, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormen ten opzichte van de eerdere uitspraak. Navraag bij DT&V bevestigt dat er geen concrete uitzettingsdatum is en geen vlucht is aangevraagd. Verzoekster heeft daardoor geen procesbelang bij het herhaalde verzoek.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en sluit daarmee de voorlopige voorziening uit. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en procesbelang.