ECLI:NL:RBDHA:2016:6848

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2016
Publicatiedatum
20 juni 2016
Zaaknummer
C/09/512443 / JE RK 16-1135
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Verordening EG nr. 2201/2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarigen in kader teruggeleidingsprocedure naar Frankrijk

De rechtbank Den Haag behandelde op 15 juni 2016 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om twee minderjarigen onder toezicht te stellen gedurende de teruggeleidingsprocedure naar Frankrijk. De vader had een verzoek tot teruggeleiding ingediend, waarbij de rechtbank op dezelfde dag een beschikking gaf om de teruggeleiding uiterlijk 30 juni 2016 te gelasten.

De rechtbank oordeelde dat de ouders verwikkeld zijn in een conflict over het hoofdverblijf van de kinderen, waardoor communicatie tussen hen vrijwel onmogelijk is geworden. Dit leidde tot langdurig weinig contact tussen de kinderen en de vader, en recente contactmomenten verliepen met escalaties waarbij politie moest worden ingeschakeld. De rechtbank achtte dit schadelijk voor de ontwikkeling van de minderjarigen, zeker gezien de toekomstige woonplaats in verschillende landen.

Gezien de spoedeisendheid en het feit dat de kinderen feitelijk in Nederland verblijven, paste de rechtbank Nederlands recht toe en stelde zij de kinderen onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering voor de duur van drie maanden. Dit moet de verhoudingen tussen ouders normaliseren en het contact met beide ouders waarborgen, ook tijdens en na teruggeleiding. De ondertoezichtstelling is uitvoerbaar bij voorraad en blijft van kracht tot onherroepelijke beslissing op het teruggeleidingsverzoek.

Uitkomst: De minderjarigen worden voor drie maanden onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling gedurende de teruggeleidingsprocedure naar Frankrijk.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer
Zaaksgegevens: C/09/512443 / JE RK 16-1135
Datum uitspraak: 15 juni 2016

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

op het mondelinge verzoek van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden(hierna te noemen: de Raad),
betreffende:
- [1. minderjarige]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
-
[2. minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

de vader,
wonende te [woonplaats] , Frankrijk,
advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,
en

[naam moeder]

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen te Utrecht.

Het procesverloop

Op 1 juni 2016 heeft ter terechtzitting met gesloten deuren van de meervoudige kamer van deze rechtbank de behandeling plaatsgevonden van het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarigen naar Frankrijk (C/09/510237, FA RK 16-3339,hierna: de teruggeleidingsprocedure).
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, zoals die zijn ingediend in de teruggeleidingsprocedure.
Ter terechtzitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Tevens zijn verschenen namens de Raad voor de Kinderbescherming: mevrouw [medewerker RvdK] en de heer [medewerker RvdK] .
Namens de Raad is mondeling verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van de teruggeleidingsprocedure, zowel bij een toewijzende als afwijzende beslissing op het verzoek tot teruggeleiding.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de duur van de teruggeleidingsprocedure (inclusief hoger beroep), althans voor drie maanden.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Bij afzonderlijke beschikking van heden heeft de rechtbank de teruggeleiding van de minderjarigen naar Frankrijk op uiterlijk 30 juni 2016 gelast.
De rechtbank acht zich, gelet op de spoedeisendheid van het verzoek, bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot ondertoezichtstelling (artikel 20 van Pro Verordening EG nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Verordening Brussel II bis). Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, nu de kinderen feitelijk in Nederland verblijven.
Op grond van de inhoud van de stukken in de teruggeleidingsprocedure en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, komt de rechtbank tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat de minderjarigen onder toezicht worden gesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat haar is gebleken dat de ouders zich lijken te hebben ingegraven in hun onderlinge strijd om, kort gezegd, bepaling van het hoofdverblijf van de minderjarigen, waardoor zij niet meer met elkaar (kunnen) communiceren. Dit heeft ertoe geleid dat de minderjarigen gedurende geruime tijd geen of nauwelijks contact hebben gehad met de vader en dat de contactmomenten die recentelijk hebben plaatsgevonden, spanningsvol zijn verlopen en tot heftige escalaties hebben geleid, waarbij politie is ingeschakeld.
De rechtbank heeft ernstige zorgen over de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling van de minderjarigen, zeker als de ouders straks in verschillende landen zullen wonen. De rechtbank acht de ouders niet in staat deze voor de minderjarigen bedreigende situatie op eigen kracht te doorbreken, zolang de juridische strijd om de minderjarigen voortduurt. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de verhoudingen tussen de ouders te normaliseren en het contact tussen de minderjarigen en hun beide ouders – voor de tijd dat zij nog in Nederland zijn, maar ook als zij naar Frankrijk terugkeren – te waarborgen. Tevens is het van belang dat de gecertificeerde instelling de teruggeleiding van de minderjarigen naar Frankrijk begeleid, opdat deze rustig kan verlopen met eventueel een overdracht van de maatregel aan een Franse Jeugdbeschermingsinstantie. Hetgeen de vader als verweer tegen het verzoek van de raad heeft aangevoerd, kan niet leiden tot een andersluidend oordeel.
De rechtbank acht het van belang dat de ondertoezichtstelling van kracht is totdat onherroepelijk is beslist op het verzoek tot teruggeleiding en zal de ondertoezichtstelling uitspreken voor de duur van drie maanden.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:
stelt de minderjarigen:
- [1. minderjarige]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
-
[2. minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
van 15 juni 2016 tot 15 september 2016 onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, K.M. Braun en E.M.M. Engbers, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Willems als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2016.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.