Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , geboren op [1990] ,eiseres, beiden van Syrische nationaliteit, hierna gezamenlijk te noemen: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, Syrische asielzoekers, hadden asielaanvragen ingediend in Nederland, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers betwistten dat zij in Duitsland een asielaanvraag hadden ingediend en voerden aan dat hun vingerafdrukken daar alleen voor mobiel toezicht waren geregistreerd.
De rechtbank stelde vast dat Duitsland de terugnameverzoeken had geverifieerd en akkoord was gegaan met terugname op basis van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening. Eisers maakten onvoldoende aannemelijk dat zij geen asielverzoek in Duitsland hadden gedaan of dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
Verder voerden eisers aan dat overdracht naar Duitsland tot verspreiding van familie leidt en verwezen naar artikelen 16 en 17 van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van afhankelijkheid of bijzondere omstandigheden die Nederland zouden verplichten de asielaanvragen zelf te behandelen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de niet-in-behandeling-neming van hun asielaanvragen wegens Dublinterugname naar Duitsland worden ongegrond verklaard.