ECLI:NL:RBDHA:2016:6521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de vrijheidsontnemende maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen omdat eiseressen zich aan het toezicht zouden onttrekken en de uitzettingsprocedure zouden belemmeren.
De rechtbank overweegt dat eiseressen zich onder meer niet voldoende hebben gehouden aan hun verplichtingen, geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en onvoldoende meewerken aan het vaststellen van hun identiteit. Hoewel eiseressen alleen enkele gronden bestreden, acht de rechtbank de overige niet bestreden gronden voldoende om de maatregel te dragen.
Eiseressen stelden dat een lichter middel had moeten worden toegepast, maar de rechtbank constateert dat sinds 3 maart 2016 eiseressen op een vrijheidsbeperkende locatie verbleven en vrijwillige terugkeer niet tot stand kwam. De stelling over gezins- en gezagsregelingen is onvoldoende onderbouwd.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de maatregel van bewaring terecht is opgelegd en verklaart de beroepen ongegrond. Ook is geen grond voor schadevergoeding en proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de vrijheidsontnemende maatregel worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.