ECLI:NL:RBDHA:2016:6332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na rechtmatige beëindiging opvang gezinslocatie
Eiseres, van Congolese nationaliteit, verzocht om schadevergoeding na beëindiging van haar opvang in een gezinslocatie, omdat haar kinderen de Nederlandse nationaliteit hadden verkregen en de opvang daardoor werd stopgezet. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, wees het verzoek af omdat de beëindiging van de opvang rechtmatig was en eiseres geen bezwaar had gemaakt tegen deze feitelijke handeling binnen de daarvoor geldende termijn.
Eiseres voerde aan dat het bezwaar niet als een effectief rechtsmiddel kon worden beschouwd, omdat zij niet op de hoogte was gesteld van de bezwaarprocedure en dat het bezwaar de schade niet had kunnen voorkomen. De rechtbank oordeelde echter dat bezwaar en beroep openstonden conform artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000, en dat het niet instellen van bezwaar voor rekening en risico van eiseres kwam.
De rechtbank stelde vast dat de beëindiging van de opvang formele rechtskracht had gekregen en daarom voor rechtmatig moest worden gehouden. Ook het argument dat het verblijf van Nederlandse kinderen in een gezinslocatie onrechtmatig zou zijn, leidde niet tot toewijzing van het verzoek omdat de schade niet daarop zag.
Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de beëindiging van de opvang rechtmatig is en geen bezwaar is gemaakt.