Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
H.J. Renders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2016.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse alleenstaande minderjarige behorend tot de Hazara-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege het ontbreken van een sociaal netwerk in Afghanistan bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade door gedragingen van derden.
De rechtbank bevestigde dat het ontbreken van een sociaal netwerk op zichzelf geen grond is voor subsidiaire bescherming, zoals ook volgt uit het arrest Bodj van het HvJEU. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt vanwege zijn etniciteit of de dood van zijn vader. De rechtbank verwierp ook het beroep op de UNHCR-richtlijnen en eerdere jurisprudentie.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.