ECLI:NL:RBDHA:2016:5918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek op grond van medische situatie afgewezen
Eiser, een Ivoriaanse staatsburger, verzocht op 20 maart 2015 om uitstel van vertrek wegens medische redenen. Verweerder stelde echter dat de aanvraagdatum 17 augustus 2015 is, omdat het volledige formulier toen werd ontvangen. De rechtbank onderschreef dit standpunt op basis van eerdere jurisprudentie.
Het Bureau Medische Advisering bracht op 29 juli 2015 een advies uit waaruit bleek dat eiser lijdt aan PTSS met psychotische klachten, maar dat behandeling in het land van herkomst mogelijk is en reizen onder begeleiding verantwoord is. Verweerder handhaafde het besluit dat geen uitstel wordt verleend, omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van het advies.
Eiser stelde dat terugkeer tot een medische noodsituatie leidt, maar de rechtbank oordeelde dat dit begrip onjuist werd ingevuld en dat het asielrelaas niet geloofwaardig was. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde, omdat onvoldoende zelfredzaamheid niet leidt tot een verboden situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen wordt ongegrond verklaard.