ECLI:NL:RBDHA:2016:5892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- S.M. Westerhuis-Evers
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verklaring rechtsvermoeden van overlijden wegens onvoldoende bewijs onzeker bestaan
Verzoekster heeft namens de familie een verzoek ingediend om de rechtbank te gelasten betrokkene op te roepen om van zijn in leven zijn te doen blijken, en bij uitblijven daarvan een verklaring van rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. Betrokkene is sinds 1996 vertrokken naar Frankrijk en er is sindsdien geen contact meer geweest sinds 1998, hoewel hij in het verleden sporadisch contact had met zijn moeder.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de familieomstandigheden zodanig zijn dat het niet ongebruikelijk is dat betrokkene weinig contact onderhoudt met zijn familieleden, behalve met de moeder. Er is geen nadere informatie die het bestaan van betrokkene onzeker maakt. Pogingen om betrokkene op te sporen in Frankrijk hebben niets opgeleverd.
Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen acht de rechtbank het enkele feit dat er meer dan vijf jaar geen contact is onvoldoende om het rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van rechtsvermoeden van overlijden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onzeker bestaan.