ECLI:NL:RBDHA:2016:5513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Dijk-Keuning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor ouders van meerderjarige asielvergunninghouder
Eisers, ouders van een meerderjarige Syrische zoon die in Nederland verblijft met een asielvergunning voor bepaalde tijd, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd in het kader van nareis. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat eisers niet als gezinsleden in de zin van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is omdat de zoon geen verdragsvluchteling is en bovendien ouders van meerderjarige personen niet onder de reikwijdte van de richtlijn vallen. Eisers voerden aan dat zij afhankelijk zijn van hun zoon vanwege hun leeftijd en dat er een bijzondere familiale band bestaat, maar deze gronden worden door de rechtbank verworpen.
Ook een beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat de systematiek van de Vw een strikte scheiding maakt tussen asiel en regulier verblijf en geen ruimte laat voor een bredere belangenafweging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de ouders tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.