ECLI:NL:RBDHA:2016:5467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste en inreisverbod
Eiseres, houder van de Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar echtgenoot, die met terugwerkende kracht is ingetrokken vanwege onjuiste gegevens bij de aanvraag. Na vertrek uit Nederland vroeg zij een machtiging tot voorlopig verblijf aan, welke werd afgewezen omdat haar echtgenoot niet voldeed aan het middelenvereiste.
De rechtbank oordeelt dat de aangekondigde toekomstige vaste aanstelling van de echtgenoot onvoldoende concreet en onderbouwd was om het middelenvereiste te vervullen. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro niet is geschonden omdat de verblijfstitel met terugwerkende kracht is ingetrokken en het gezin ook in Turkije kan samenleven.
Het opgelegde inreisverbod van vijf jaar wordt niet als disproportioneel beschouwd, omdat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd is door het belang van een restrictief toelatingsbeleid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.