ECLI:NL:RBDHA:2016:5411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gastvliegerschap inspecteur-vlieger door minister
Eiser, een senior inspecteur-vlieger bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, maakt bezwaar tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu om zijn gastvliegerschap per 1 januari 2015 te beëindigen. Het gastvliegerschap diende om zijn vliegvaardigheid te onderhouden, een functie-eis voor inspecteurs-vlieger.
De minister heeft het gastvliegerschap beëindigd vanwege belangen van onafhankelijkheid, integriteit en efficiëntie, waarbij het onderhoud van vliegvaardigheid voortaan via simulatortrainingen en inspectievluchten plaatsvindt. Eiser stelt dat het gastvliegerschap een arbeidsvoorwaarde is en niet eenzijdig kan worden afgeschaft.
De rechtbank oordeelt dat het besluit een bestuursrechtelijk besluit is met rechtsgevolg en dat het beroep ontvankelijk is. Het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalt omdat het eerdere besluit was ingetrokken. De rechtbank overweegt dat de minister het gastvliegerschap mag beëindigen mits dit niet in strijd is met rechtsbeginselen zoals rechtszekerheid en goed werkgeverschap.
De minister heeft het besluit voldoende gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid, waarbij het belang van het behoud van de vliegvaardigheid via alternatieve methoden doorslaggevend is. Het gastvliegerschap wordt niet strikt onderscheiden van het vliegvaardigheidsvereiste. Het nalaten van een hoorzitting wordt met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eiser in bezwaar en beroep zijn zienswijze heeft kunnen geven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het gastvliegerschap wordt ongegrond verklaard.