ECLI:NL:RBDHA:2016:5410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gastvliegerschap inspecteur-vlieger door ministerie gegrond verklaard
Eiser, sinds 2005 inspecteur-vlieger bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, maakte gebruik van een gastvliegerschap om zijn vliegvaardigheid te onderhouden. Dit gastvliegerschap werd per 1 januari 2015 beëindigd door verweerder, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van verweerder een publiekrechtelijk besluit is met rechtsgevolgen en dat het bezwaar terecht ontvankelijk is verklaard. Verweerder heeft het besluit gemotiveerd met het belang van onafhankelijkheid en integriteit van inspecteurs, de wens tot efficiënte inzet van middelen en de mogelijkheid om vliegvaardigheid via simulatortrainingen te onderhouden.
Hoewel eiser stelt dat het gastvliegerschap een arbeidsvoorwaarde is, overweegt de rechtbank dat verweerder het gastvliegerschap mag beëindigen mits dit niet in strijd is met rechtsbeginselen zoals rechtszekerheid en goed werkgeverschap. De rechtbank vindt dat verweerder dit zorgvuldig heeft gedaan en dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die het besluit zouden moeten wijzigen.
Het ontbreken van een voorafgaand hoorgesprek wordt erkend als een formeel gebrek, maar dit leidt niet tot vernietiging omdat eiser in de bezwaar- en beroepsfase ruim in de gelegenheid is gesteld zijn visie te geven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van het gastvliegerschap wordt ongegrond verklaard.