ECLI:NL:RBDHA:2016:5408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gastvliegerschap inspecteur-vlieger door minister
Eiser, een senior inspecteur-vlieger bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu om per 1 januari 2015 het gastvliegerschap te beëindigen. Dit gastvliegerschap stelde inspecteurs in staat hun vliegvaardigheid te onderhouden door mee te vliegen bij gecontracteerde luchtvaartmaatschappijen.
De minister motiveerde de beëindiging met het belang van onafhankelijkheid en integriteit van inspecteurs, de wens tot efficiënte besteding van publieke middelen en de mogelijkheid om vliegvaardigheid via simulatortrainingen te onderhouden. De rechtbank oordeelde dat het besluit een bestuursrechtelijk besluit is en dat het bezwaar ontvankelijk is.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser op het ne bis in idem-beginsel en het standpunt dat het gastvliegerschap een arbeidsvoorwaarde is die niet eenzijdig kan worden gewijzigd. De minister heeft het besluit zorgvuldig voorbereid, onder meer met een rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtelaboratorium. Hoewel eiser onvoldoende is gehoord voorafgaand aan het besluit, werd dit gebrek gepasseerd omdat hij in de bezwaar- en beroepsprocedure ruimschoots zijn visie heeft kunnen geven.
De rechtbank concludeerde dat de minister in redelijkheid heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de inspecteur-vlieger tegen de beëindiging van het gastvliegerschap wordt ongegrond verklaard.