ECLI:NL:RBDHA:2016:4868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing testamentaire voogdij en benoeming Stichting Jeugdbescherming tot voogd
Na het overlijden van de moeder, die het gezag over haar minderjarige kinderen had, diende de rechtbank te voorzien in de voogdij. De beoogd testamentair voogdes en haar echtgenoot verzochten om benoeming tot voogd, maar de rechtbank oordeelde dat hun verzoek niet in het belang van de kinderen was.
De moeder had psychische en verslavingsproblemen en had de kinderen in het verleden in wisselende situaties geplaatst, waaronder bij het gastgezin van de beoogd testamentair voogdes. De moeder had een testamentaire voogdijverklaring opgesteld, maar deze was niet formeel aanvaard en de situatie bij overlijden was zodanig dat zij feitelijk niet in staat was het gezag uit te oefenen.
De rechtbank stelde vast dat het belang van de minderjarigen het beste gediend was met benoeming van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als voogd, zodat de kinderen in de vertrouwde omgeving bij hun grootmoeder konden blijven met adequate ondersteuning. De verzoeken van de beoogd testamentair voogdes en haar echtgenoot werden afgewezen.
Uitkomst: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden wordt benoemd tot voogd en het verzoek van de testamentair voogdes wordt afgewezen.