ECLI:NL:RBDHA:2016:4758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige kinderen na internationale kinderontvoering toegewezen
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van drie minderjarige kinderen die door de moeder zonder toestemming naar Nederland waren gebracht, in strijd met het gezamenlijk ouderlijk gezag en het Belgische gezagsrecht.
De moeder betwistte het verzoek en voerde onder meer aan dat de vader geen daadwerkelijk gezag uitoefende, dat er sprake was van ernstige risico's bij terugkeer vanwege huiselijk geweld, en dat de kinderen zich tegen terugkeer verzetten. De rechtbank oordeelde dat de vader wel degelijk het gezag uitoefende en dat de moeder geen toestemming had gegeven voor de overbrenging.
De rechtbank vond geen bewijs voor de door moeder gestelde weigeringsgronden uit artikel 13 van Pro het Haagse Kinderontvoeringsverdrag. De minderjarigen waren minder dan een jaar in Nederland, zodat onmiddellijke terugkeer werd gelast. De moeder werd veroordeeld tot betaling van een deel van de door de vader gemaakte kosten in verband met de ontvoering en teruggeleiding. De beschikking werd uitgesproken op 2 mei 2016 en is vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarigen naar België en veroordeelt de moeder tot betaling van kosten aan de vader.