ECLI:NL:RBDHA:2016:4724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische klachten die uitzetting zouden moeten verhinderen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van twee medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan bij uitzetting.
Eiser stelde dat hij onterecht niet is gehoord tijdens de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het horen een essentieel onderdeel is van de procedure en dat verweerder ten onrechte van horen heeft afgezien, waardoor het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de medische adviezen zorgvuldig en inzichtelijk zijn en dat eiser geen contra-expertise heeft overgelegd die twijfel aan deze adviezen rechtvaardigt. Daarom liet de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, derde lid, Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het bestreden besluit is vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.