ECLI:NL:RBDHA:2016:4161
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende meerdere asielaanvragen in nadat hem toegang tot Nederland was geweigerd en een terugkeerbesluit was uitgevaardigd. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van eisers gestelde homoseksuele geaardheid en het gebruik van een vals Schengenvisum.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat uit de verklaringen van eiser onvoldoende een proces van bewustwording en zelfacceptatie valt af te leiden, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid. Eiser slaagde er niet in overtuigend te verklaren over zijn emotionele ontwikkeling en het bewustwordingsproces, ondanks zijn middelbare schoolopleiding en gestelde duurzame relatie.
Verder werd vastgesteld dat correcties op het eerste gehoor niet bij de besluitvorming waren betrokken, maar dit gebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen door de beslissing in de hoofdzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.