ECLI:NL:RBDHA:2016:4158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder wees de aanvraag af omdat hij de gestelde homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig achtte. De rechtbank bevestigt deze beoordeling en stelt dat eiser kennelijk inconsequente, tegenstrijdige en onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd, waardoor zijn relaas niet geloofwaardig is.
Eiser voerde aan dat hij vanwege angst niet vrijuit kon spreken over zijn geaardheid en dat de omstandigheden in Nigeria en Spanje zijn gedrag verklaren. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom hij zijn geaardheid jarenlang niet openlijk kon uiten, vooral gezien zijn langdurig verblijf in Spanje en het feit dat hij daar een relatie met een vrouw had.
Verder acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiser in Nigeria in 2013 direct openlijk over zijn geaardheid sprak met een oude bekende, terwijl hij eerder verklaarde daar bang voor te zijn. Ook de relatie met een celgenoot in detentie acht de rechtbank niet aannemelijk. Gezien deze inconsistenties en ongeloofwaardigheden faalt het beroep op artikel 3 EVRM Pro en wordt de aanvraag terecht afgewezen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang daarvan is komen te vervallen door de beslissing in de hoofdzaak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid.