ECLI:NL:RBDHA:2016:4102

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 april 2016
Publicatiedatum
18 april 2016
Zaaknummer
C/09/505663 / JE RK 16-304
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 18 april 2016 een beschikking gegeven over het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind. De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming, verzocht om verlenging van de machtiging tot dag- en nachtplaatsing in een pleegzorgvoorziening tot 19 oktober 2016, de datum waarop de ondertoezichtstelling afloopt.

Uit het dossier blijkt dat de moeder van het kind geen woonruimte, geen werk heeft en kampt met veel schulden, waardoor zij niet in staat is het kind een veilige leefomgeving te bieden. De kinderrechter stelde vast dat de gronden voor uithuisplaatsing zoals genoemd in artikel 1:265b lid 1 BW nog steeds aanwezig zijn. De moeder ontving een meldbrief maar wenste geen mondelinge behandeling van het verzoek.

Op basis van deze feiten en de controle via het Track&Trace systeem van PostNL heeft de kinderrechter besloten de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 19 oktober 2016. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep staat open binnen drie maanden na uitspraak, met verplichte advocaatbijstand.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind wordt verlengd tot 19 oktober 2016.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz
Zaaksgegevens: C/09/505663 / JE RK 16-304
Datum uitspraak: 18 april 2016

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 17 februari 2016 ingekomen verzoekschrift van:
Stichting Jeugdbescherming [plaats] (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
betreffende:
- [kind van belanghebbende], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
hierna ook te noemen: [kind van belanghebbende] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[belanghebbende] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
De gecertificeerde instelling heeft aangegeven geen behandeling van het verzoek ter zitting te wensen.
Aan de belanghebbende is bij brief van 15 maart 2016 een meldbrief gestuurd, conform het bepaalde in artikel 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.

Verzoek

Het verzoek strekt tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind van belanghebbende] voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten 19 oktober 2016.

Feiten

- [kind van belanghebbende] is erkend door [persoon] .
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag.
- [kind van belanghebbende] verblijft feitelijk in een netwerkpleeggezin.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 19 oktober 2015 [kind van belanghebbende] onder toezicht gesteld van 19 oktober 2015 tot 19 oktober 2016.
- Voorts heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking d.d. 19 oktober 2015 aan de gecertificeerde instelling machtiging verleend [kind van belanghebbende] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 19 oktober 2015 tot 19 april 2016.

Beoordeling

De kinderrechter stelt op basis van controle via het Track&Trace systeem van PostNL vast dat is gebleken dat op 22 maart 2016 is getekend voor ontvangst van de meldbrief die aan de moeder is gestuurd. De moeder heeft de meldbrief evenwel niet teruggestuurd, noch anderszins aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het verzoek.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn. Moeder heeft geen woonruimte, geen werk en veel schulden en is dus niet in staat om [kind van belanghebbende] een veilige leefomgeving te bieden.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing moet worden verlengd tot 19 oktober 2016.

Beslissing

De kinderrechter:
verlengt de aan Stichting Jeugdbescherming [plaats] verleende machtiging [kind van belanghebbende] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 19 april 2016 tot 19 oktober 2016, zijnde de datum waarop de ondertoezichtstelling afloopt;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Borkent, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
Y. Bazah als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2016.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.