ECLI:NL:RBDHA:2016:3911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Nederland wegens geldige bescherming in Griekenland
Eiser, die internationale bescherming geniet in Griekenland van 23 oktober 2014 tot 23 oktober 2017, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat eiser een geldige verblijfsvergunning in Griekenland bezit.
Eiser voerde aan dat de situatie in Griekenland ernstig is, met onder meer mishandeling, discriminatie en ontoereikende medische zorg, en dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. Hij verwees naar diverse rapporten en stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn persoonlijke situatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer naar Griekenland. De rapporten tonen wel problemen, maar niet zodanig dat de bescherming in Griekenland onvoldoende is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens geldige bescherming in Griekenland.