Uitspraak
Rechtbank den haag
1.de Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid “Nederlandse Woonbond”,
[eiseres sub 2] ,
[eiser sub 3] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vorderen eisers, waaronder de Nederlandse Woonbond en individuele huurders, dat de Staat zich onthoudt van het verwerken van persoonsgegevens van huurders door de Belastingdienst voor het verstrekken van inkomensindicaties aan verhuurders. Dit naar aanleiding van de Wet inkomensafhankelijke huurverhoging en een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die verstrekking van inkomensgegevens zonder wettelijke basis verbiedt.
Eisers stellen dat de verwerking van persoonsgegevens zonder wettelijke grondslag in strijd is met het legaliteitsbeginsel en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Zij vorderen onder meer vernietiging van reeds verwerkte gegevens en het verstrekken van informatie over de verwerking.
De Staat voert verweer dat eisers niet-ontvankelijk zijn omdat artikel 40 Wbp Pro voorziet in een bestuursrechtelijke rechtsgang met voldoende waarborgen, waardoor de burgerlijke rechter niet bevoegd is. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt en verklaart de primaire vorderingen niet-ontvankelijk. Ook de Woonbond wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege de taakverdeling tussen bestuurs- en burgerlijke rechter.
De subsidiaire vordering tot afgifte van stukken wordt afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste voorwaarden. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun primaire vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.