ECLI:NL:RBDHA:2016:3575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gebruik niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen op bedrijf
De rechtbank Den Haag heeft op 5 april 2016 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het gebruik van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen op zijn bedrijf in de periode van 1 januari 2013 tot en met 14 januari 2014.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk werkzame stoffen gebruikte die niet waren goedgekeurd als basisstof volgens de Europese verordening (EG) 1107/2009. Verdachte werd vrijgesproken van het gebruik van twee stoffen (Methamidofos en Methomyl) omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Het verweer dat verdachte zich niet bewust was van de aanwezigheid van Aldicarb werd verworpen vanwege de korte halfwaardetijd en eerdere bestuurlijke boete.
De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op zonder voorwaardelijke straf, mede vanwege eerdere bestuurlijke boetes maar het ontbreken van eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Tevens werden de inbeslaggenomen verboden middelen onttrokken aan het verkeer. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van regelgeving ter bescherming van gezondheid en milieu in de land- en tuinbouwsector.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur wegens het opzettelijk gebruik van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen.